Weatheren de basi(c)s

07-02-2021

Wie regelmatig al eens op deze website komt of al eens door alle blogs en pagina's is gegaan, heeft vermoedelijk wel al gemerkt dat verschillende leden van de club heel actief bezig zijn met verweren of weatheren. Hoe dit juist gebeurd en wat je ervoor nodig hebt, gaan we jullie proberen uit te leggen in deze reeks.


Weatheren inleiding 

Weatheren, vrij vertaald verweren, is een techniek waarmee je met verf, krijt, pigmenten of andere stoffen en een borstel of spuitpistool, je model zodanig bewerkt, dat het er gebruikt en vuil uit ziet. Dit zorgt er voor dat het model ook realistischer is op je baan of diorama. Over dit thema is al heel veel geschreven. Maar alles bij elkaar op 1 website? Dus het leek ons leuk om eens een overzichtje te maken, met voorbeelden, van wat allemaal kan en wat je allemaal nodig hebt. Op zich niet veel. Wat je wel nodig hebt is... geduld.

Een overzicht van de verschillende technieken 

Als je een beetje rondzoekt via bijvoorbeeld Google, dan kom je allerlei termen tegen als "wash", "chipping" of "pré-shaden". Maar wat betekent het nu juist en wat heb je ervoor nodig.

  • Chipping: vrij vertaald betekent dit afbreken. Door middel van zout op een ondergrond van verf te strooien, te oververven (overspuiten) met een ander laag verf en dan weg te borstelen of weg te blazen, krijg je een soort van bobbelig, afgebladerd effect. 

Op het dak van deze Roco 59 werd een laag grof zout op een nog natte ondergrond (roestkleur) gestrooid. Na het drogen werd er met de airbrush een laag zwart verf overgespoten. Deze zoutkorrels werden gedeeltelijk met een zachte tandenborstel er terug afgeborsteld.

©Sven Vandersmissen
©Sven Vandersmissen
  • Pré-shaden: vrij vertaald betekent dit "voor-schaduwen". Dit kan bijvoorbeeld door bij je eerste laag een heel donkere, dekkende laag te gebruiken en de lagen die daarop volgen een lichtere, iets mindere dekkende laag verf te spuiten of aan te brengen. Hierdoor krijgt je model meer diepte en zie je een schaduwspel tussen je naden en hoekjes.

Onderstaande foto geeft heel mooi weer wat effect er kan bekomen worden met pré-shading. (Met dank aan Frans Peeters voor het ter beschikking stellen van zijn foto's).

©Frans Peeters
©Frans Peeters
©Frans Peeters
©Frans Peeters
©Frans Peeters
©Frans Peeters
  • Pigmenten: dit zijn eigenlijk heel fijne gekleurde poeders die een stoffig reliëf op je model weergeven. Wordt vaak gebruikt voor roest- en vochtplekken.

©Frans Peeters
©Frans Peeters

Onderstaande voorbeeld is een kiepwagon, besmeurd met roestpigment van Vallejo.

©Sven Vandersmissen
©Sven Vandersmissen

Nog een mooi voorbeeld: Het brughoofd is volledig bewerkt met poeders van Artitec. Na een grondlaag met een primer heb ik de plastic look weggenomen door een laag met "groundrust" poeders erover te gaan. De vochtplekken die uitlopen naar beneden zijn ook aangebracht met een groenachtig - en bruin poeder.

©Tim Somers
©Tim Somers

  • Airbrush: Letterlijk vertaald is dit luchtborstel. Vermoedelijk het meest bekende en meest gebruikte "systeem" of "instrument" om modellen te vervuilen of te verouderen. Met een spuitpistool, een compressor en een beetje verf, kan je met een lichte (lucht)druk en een donkere kleur, heel makkelijk bijvoorbeeld een roet-uitstoot imiteren.

Voorbeeld van verwering enkel met airbrush (roet, olie...). In dit geval niet van roet of olie, maar wel van railstof (Met dank aan Frans Peeters voor het lenen van de foto). 

©Frans Peeters
©Frans Peeters
  • Drybrush: Letterlijk vertaald is dit droogborstel. Dit is een techniek waarmee je met een heel klein beetje verf op een penseel en borstel, door goed uit te strijken op een velletje papier, echt heel miniem restjes verf op je model achterlaat.
©Frans Peeters
©Frans Peeters
  • Krijt: ja, ook krijt kan je gebruiken om stofachtige laag op je model te verkrijgen. Dit door het krijt zeer fijn te malen en met een grote borstel (zoals voor maquillage), zachtjes open te wrijven op je model.

Onderstaande foto is een voorbeeld van verschillende technieken: het dak is met krijt verweerd, de sporen met airbrush en de boordstenen zijn met drybrush bewerkt. (Met dank aan Dirk Vanden Berghe voor het lenen van zijn foto).

©Dirk Vanden Berghe
©Dirk Vanden Berghe

Een eigen probeersel waar ik later nog op terugkom. Een Märklin DHG500 die in dienst van Vopak zijn vervuiling opliep.

©Sven Vandersmissen
©Sven Vandersmissen
  • Wash: een methode waar je heel sterk verdunde verf gebruikt om een laagje vuil of vocht op je model uit te beelden. Een veel gebruikte en leuke techniek om mee te experimenteren.

Voorbeeld van Wet-wash: Stofophoping in verdiepte vlakken / grote horizontale vlakken (Met dank aan Frans Peeters voor het ter beschikking stellen van zijn foto's). 

©Frans Peeters
©Frans Peeters

Voorbeeld van Pin-washes: Roestsporen en lokale druipsporen (Foto's Frans Peeters)

©Frans Peeters
©Frans Peeters

Op deze wagons zijn verschillende technieken gebruikt. De ondergrond heeft een licht washing gekregen van zandkleurige verdunde verf. 

©Tim Somers
©Tim Somers
  • Potloden: er bestaan speciale potloden, waarmee je heel mooie details kan aanbrengen op je model. 

Dezelfde wagon werd ook bewerkt met AK-potloden. Met de potloden zijde rivetten zijn droog geaccentueerd. De schaduw werd bekomen door er met een licht bevochtigd penseel over te gaan.

©Tim Somers
©Tim Somers

Er zijn nog tal van andere technieken. Dit zullen vermoedelijk de meest gebruikte methodes zijn die wij kennen. In het volgend artikel gaan we even in op de materialen die je nodig hebt. De soorten verf, de soorten borstels, het gebruik (of niet gebruiken) van een primer, de vernis of laklaag, etc. Daarna gaan we elke techniek aan de hand van een praktisch voorbeeldje demonstreren. Daarna is het aan jou om dit al dan niet, zelf ook te proberen. 

4 hoofdregels 

Maar voor we verder gaan moet je deze 4 belangrijke regels nog in het achterhoofd houden:

  1. "Less is more!" => iedereen heeft de neiging om te overdrijven. Het ogenblik dat je denkt... nu is het genoeg, dan is het eigenlijk al te veel. Neem het van mij aan, dit vergt heel veel discipline en oefening. Hier onderscheid de meester zich van de liefhebber.
  2. Oefenen, oefenen, oefenen... net zoals bij zoveel zaken, zal het nooit van de eerste keer perfect zijn. Maar dit is ook niet erg. Probeer best de eerste keer op een model waar je niet veel waarde aan hecht of dat toch al niet meer in gebruik is. (Je kan het dan later misschien nog in je scenery verwerken).
  3. Zien en blijven zien. Zien en kijken is niet hetzelfde. Je kan naar iets kijken, maar het niet zien. Het zijn juist meestal juist de zaken die je niet gezien hebt, die het verschil maken. Zorg voor goede belichting tijdens het werken en let op de details van het voorbeeld (als je dit hebt). Anderzijds kunnen gecreëerde illusies het verschil zijn tussen een goed model en een fantastisch model. Niet alles moet je laten zien.
  4. Tot slot: niet opgeven. Probeer kritisch te zijn voor jezelf, maar laat de moed niet zakken als je niet direct het beoogde effect bekomt. Je kan veel informatie vinden op het net. Laat de andere maar zeggen, maar probeer toch ook de goede raad mee te nemen.

Dankwoordje:

Bij deze hadden we graag iedereen willen bedanken die heeft meegewerkt aan deze intro. De bedoeling was dat dit een stukje ging worden gemaakt door alle leden... maar het werd nu zelf een samenwerking met personen buiten de club. Uiteraard vinden we dit als club super! Elkaar helpen: daar doen we het voor. Bij deze dus een bijzonder woord van dank aan Frans Peeters (Suske) en Dirk Van Berghe (Dirky) voor het ter beschikking stellen van beeldmateriaal en ons bij te staan met hun raad.